RSS Nieuws Heemkundekring Nispen
Home Actueel Vereniging Nispen Collecties Producten Fotoalbum Links Home

zoeken   sitemap   colofon   contact   extranet

sociale media

Nispen > Molen van Aerden

Molen van Aerden
Een van de oudste gebouwen in Nispen en tevens het enige rijksmonument in het dorp is de molen van Aerden. Deze molen, aan de Dorpsstraat te Nispen, werd in 1850 gebouwd door Johannes van de Weijgert uit Roosendaal. Na vier jaar werd de molen verkocht aan Johannes Ludovicus Aerden uit Wouw. Zijn nakomelingen werden eveneens molenaar waardoor de molen, die geen officiële naam kent, bekend is geworden als ‘de molen van Aerden’.


Historie

Voor zover bekend heeft er in het dorp Nispen nooit een windmolen gestaan. Wel is bekend dat de eigenaren van het pand waar nu Kerkplein 5, in 1684 over een oliemolen beschikten. Plannen voor de bouw van een windmolen zijn pas bekend uit het 1826 maar mede door de Belgische opstand in 1830 kwam het hier niet van. De Roosendaalse koopman en schipper Johannes van de Weijgert kocht in 1850 grond van de familie Van den Boom om een molen te bouwen in Nispen. Van de familie Hellemons-van den Boom kocht hij een ander perceel waarop hij een woning liet bouwen. Dit pand, dat begin twintigste eeuw ingrijpend werd verbouwd, is het nu nog bestaande huis Dorpsstraat 50. Vier jaar later verkocht Van de Weijgert zijn molen en woonhuis voor 6.000 gulden aan de Wouwenaar Johannes Ludovicus Aerden. Gedurende velen jaren zou de familie Aerden eigenaar blijven van de molen. Van de Wijgert verhuisde met zijn vrouw en kinderen terug naar Roosendaal en ging als rijtuighandelaar de kost verdienen.



.









De familie Aerden
Johannes Ludovicus Aerden was de zoon van Jacobus Aerden, een telg van een Vlaamse familie die oorspronkelijk uit Brecht afkomstig was. Na aanvankelijk bakker te zijn geweest in Kalmthout, kocht hij samen met zijn broer Petrus een perceel te Wouw waar voorheen reeds een molen had gestaan. Er werd een nieuwe molen gebouwd met de naam De Arend. Uit het huwelijk van Jacobus en zijn vrouw Maria Elisabeth Capiteyns werden maar liefst zestien kinderen gebouwen. Naast vader van dit grote gezin was Jacobus ook een bekwaam zakenman. Hij werd eveneens molenaar in Essen Hoek (toen bekend als Kalmthoutse Hoek) en verwierf daar verschillende panden in eigendom. Zijn kinderen huwden met partners afkomstig uit de landbouw of de middenstand. Vier van zijn zoons zetten het vak van molenaar voort in Wouw, Kalmthoutse Hoek en Nispen. Johannes Ludovicus huwde in 1857 met boerendochter Maria Voeten, afkomstig van Borteldonk. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren waarvan er vier leven bleven: Maria Jacoba, later gehuwd met Gerardus van Dorst, Eduardus Josephus, later gehuwd met Maria Cornelia van Thillo, Carolina Adriana Maria, later gehuwd met Franciscus Josephus Oostvogels en Aloysius Johannes Maria. Hij zou later huwen met Johanna Voeten, telg uit een boerenfamilie die woonde op de Bakkersberg in Roosendaal. Oudste zoon Eduard kocht in 1887 de molen van de familie Verbist in Essen. Hij werd door een van zijn zoons opgevolgd. De romp van de molen is nu nog steeds te zien in de Stationsstraat te Essen.

Malen in een tijd van nieuwe ontwikkelingen

Toen de Nispense molen werd gebouwd, gebeurde dat in een tijd dat de industriële revolutie zich volop voltrok waardoor veel processen machinaal uitgevoerd konden gaan worden. In de loop van de tijd werd ook door de Nispense molenaars gebruik gemaakt van de nieuwe mogelijkheden. Zo liet Johannes Ludovicus in 1883 bij de molen een stoomketel te plaatsen zodat eventueel zonder wind gemalen kon worden. De stoomketel, met een vermogen van 5 pk, zette een machine in beweging die in verbinding stond met twee koppels stenen. Voor de ketel werd een aanbouw tegen de molenberg opgericht. In 1903, toen zoon Louis ondertussen zijn vader was opgevolgd, werd de stoomketel vervangen door een petroleummotor. Deze motor had een vermogen van 17 pk en werd geplaatst op een stenen fundering. Door middel van drijfriemen werden twee koppels maalstenen aangedreven. Vijf jaar later liet Louis een nieuwe woning met boerderij nabij de molen bouwen, het huidige pand Dorpsstraat 26. Hij verhuisde hierheen samen met zijn vrouw en kinderen. Uit het huwelijk met Johanna werden zeven kinderen geboren, waarvan er uiteindelijk vier de volwassen leeftijd bereikten: de zonen Victor en Willem en de dochters Maria en Louisa. In de periode van de Eerste Wereldoorlog werden het aswiel en de as van de molen vervangen. Deze onderdelen zouden afkomstig zijn van een standerdmolen uit Oudenbosch. In het voorjaar van 1918 kwam door de oprichting van een blokcentrale bij de molen de elektriciteitsvoorziening voor Nispen tot stand. Na 1924 nam de PNEM de stroomlevering over.







Modernisering van de molen

Molenaar Louis Aerden overleed op nog relatief jonge leeftijd in 1926. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon Victor. Zoon Willem was een jaar eerder tot priester gewijd en de dochters zouden enkele jaren later in het huwelijk treden. Maria met de dorpsgenoot en landbouwer Leonardus Uijtdewilligen en Louisa met landbouwer Johannes van Tiggelen uit Rucphen. Voor Victor was de tijd rijp en noodzakelijk om de constructie van de molen te laten moderniseren. Hij werd hierbij begeleid door de bekende molenmaker Marinus van Riet uit Zeeland. Hoewel zelf woonachtig in Goes, had een van zijn voorouders in de periode 1760-1826 in Nispen gewoond vanwege zijn functie als tollenaar (kommies).

Verval en restauratie

Tijdens de mobilisatieperiode voorafgaand aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, werd het gebouw gebruikt als uitkijkpost voor het zuidelijk gedeelte van de gemeente. In deze periode trad Victor in het huwelijk met de uit Roosendaal afkomstige Elisabeth van Overveld, uit hun huwelijk werd in 1944 zoon Aloysius Cornelis Wilhelmus Marie geboren. In dat zelfde jaar volgde eind oktober de bevrijding van Nispen. De molen werd toen gebruikt als schuilplaats voor een flink aantal dorpsgenoten. Hoewel de molen zelf een aantal beschadigingen opliep, blijven de dorpelingen ongedeerd.

Nieuwe restauratieperikelen

Zo’n tien jaar na de restauratie bleken er nieuwe problemen op te doemen: het kruiwerk was onbetrouwbaar geworden door aantasting van houtwerk en de molenberg was verzakt. In 1994 vonden hoogst noodzakelijke herstellingen plaats maar geld voor een afdoende restauratie bleken niet beschikbaar. Hierdoor functioneerde de molen na 1992 nauwelijks meer. Diverse partijen, zoals de lokale heemkundekring, hebben in die tijd meerdere keren hun bezorgdheid geuit over de toekomst van dit rijksmonument.

Meer over de Nispense molen vindt u in het Jaarboek 1997, Jaarboek 1998 en Jaarboek 2011. De heemkundekring heeft in haar fotocollectie veel afbeeldingen met de Nispense molen door de jaren heen en van de restauratiewerkzaamheden. U vindt deze op de Film- en Fotobank van onze vereniging. Bij het onderdeel Producten op onze site vindt u ansichten van de heemkundekring waarop ook de molen staat afgebeeld. Op het videokanaal van de heemkundekring op Youtube vindt een filmpje van de draaiende Nispense molen.










▲ Naar boven

Johannes Ludovicus Aerden

Aloysius Johannes Maria Aerden

In samenspraak met de molenaar besloot Van Riet in 1927 tot het aanleggen van een Engels kruiwerk onder de kap. In 1928 en 1930 volgde verdere inwendige aanpassingen. Tenslotte werden in 1936 de twee houten roeden vervangen door ijzeren exemplaren waarbij, door een speciaal door Van Riet ontwikkeld systeem, het mogelijk werd gemaakt om de draaisnelheid van de wieken constant te houden door de scharnierende werking van de wieken. De Nispense molen is de enige beltmolen in Nederland waar dit systeem op alle vier de wieken is toegepast. Een jaar later werd een nieuwe steenzolder gelegd en twee koppels molenstenen, in 1938 volgden nog verdere aanpassingen waarbij ook motorische hulpaandrijving aangebracht werd waardoor de steenkoppels door middel van een elektromotor aangedreven konden worden. De boerderij was intussen opgeheven en van de stallen werden pakhuizen gemaakt.




Na de oorlog was er bij de molen, in het kader van de wederopbouw, korte tijd een houtzagerij gevestigd die door Victor Aerden in samenwerking met de gebroeders Nelemans werd geëxploiteerd. Enkele jaren later, begin 1951, was de molen voor de laatste keer in bedrijf. De maalfunctie werd overgenomen door een mechanische maalderij in de voormalige stallen en de molen raakte langzaam in verval. Eind jaren zestig was Victor vanwege zijn slechte gezondheid niet meer in staat om het bedrijf te leiden en dit werd door zoon Louis samen met zijn moeder overgenomen. In het zelfde jaar, 1970, dat Victor overlijdt huwde Louis met de Nispense Maria Hellemons, afkomstig uit dezelfde familie waarvan ruim een eeuw eerder Van de Wijgert grond kocht voor de bouw van een woning. Uit het huwelijk werden begin jaren 70 van de vorige eeuw twee dochters geboren. In die tijd werd ook duidelijk dat er een keuze gemaakt moest worden ten aanzien van de molen. Door verval van het gebouw ontstond een steeds onveiligere situatie waardoor afbraak of restauratie noodzakelijk waren. In 1975 bereikte de familie Aerden een akkoord met de gemeente Roosendaal en Nispen tot verkoop van de molen waarbij het de bedoeling was dat door middel van rijkssubsidies restauratiewerkzaamheden konden plaatsen. De daadwerkelijke herstelwerkzaamheden werden in 1978 begonnen en konden in 1979 worden afgerond met een feestelijke ingebruikname op 23 juni 1979. Louis, die het vak nog van zijn vader had geleerd, werd de vijfde molenaar en maalde meel voor bakkers in de omgeving en verzorgde tevens de nodige onderhoudswerkzaamheden.




De molen in de jaren 30

De molen in 1978

De gemeente Roosendaal besloot in 1997 in overleg met de Rijksdienst voor Monumentenzorg te treden om tot een restauratieplan te komen. Dit verliep echter met de nodige problemen zodat, op enkele werkzaamheden in 1999-2000 na, het al 2010 was, voordat begonnen kon worden met een algehele restauratie. Het grote gewicht van de oude wieken met het Van Riet-systeem, bleek slijtage veroorzaakt te hebben aan de rollagers van het kruiwerk. Daarom werd besloten de nieuwe wieken lichter te maken door toepassing van aluminium. Door de eisen die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stelde aan de restauratie konden de nieuwe wieken uiteindelijk pas in het najaar van 2011 geplaatst worden waardoor het ook weer mogelijk was om de molen sinds vele jaren te zien draaien. Molenaar Louis kampte in die tijd al met flinke gezondheidsproblemen waardoor hij niet meer in staat was om actief te zijn in en rond de molen. Nispenaar Jos Nieuwlaat heeft vanaf toen de werkzaamheden grotendeels overgenomen.
Talloze dorpsbewoners en passanten bekijken het bouwwerk met bewondering, vooral wanneer de wieken door de lucht zoeven. Samen met de kerktoren geeft de molen cachet aan het dorpsgezicht van Nispen. Dit sieraad voor het dorp verdient het dan ook dat het gekoesterd blijft worden.




Victor Wilhelmus Johannes Marie Aerden

De gerestaureerde molen in 2012

Louis Aerden bezig met het ´billen´ van de molenstenen in 1992